Co-ouderschap en kinderopvangtoeslag

Co-ouders moeten schriftelijk aan de Belastingdienst/toeslagen melden dat ze co-ouders zijn geworden. Co-ouders kunnen beide recht hebben op kinderopvangtoeslag als het kind ten minste drie dagen per week bij een co-ouder verblijft of wanneer het kind om en om een week bij de ene co-ouder verblijft en een week bij de andere co-ouder verblijft. Uiteraard gelden de algemene regels voor kinderopvangtoeslag.

Een co-ouder heeft recht op kinderopvangtoeslag als hij kinderbijslag of een pleegouderbijdrage ontvangt of een kind voor meer dan 30% onderhoudt. Het kind moet naar een landelijk geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau gaan. Ook moet er een schriftelijke overeenkomst met de instelling zijn waarin onder meer de uurprijs en het aantal uur opvang per jaar staan vermeld. Tot slot is ook een voorwaarde dat de co-ouder werkt, studeert of een traject volgt om werk te vinden.

Voor kinderopvangtoeslag geldt een maximum aantal opvanguren van 230 per kind per maand. Co-ouders kunnen de kosten van opvang onderling verdelen en aangeven welk deel van de kinderopvangtoeslag elk van de co-ouder wil ontvangen. Ook hier geldt hoe lager het inkomen uit arbeid en hoe lager het vermogen, hoe meer kinderopvangtoeslag men krijgt. Co-ouders moeten hiermee bij het toedelen van de uren kinderopvang rekening houden om gezamenlijk zoveel mogelijk kinderopvangtoeslag te kunnen krijgen. Voor de hoogte van de kinderopvangtoeslag speelt verder ook nog een rol het aantal kinderen waarvoor men kinderopvang geniet.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.

    • Diane Rooijakkers-Smeets
    • Mickershof 25 Gemert
    • M: 06-24251269